Blog: Op afstand leren


Het is SAAAÍÍÍ! Ik wil niet meer…! Komen dit soort krachttermen steeds vaker voor? Of is uw kind juist helemaal opgebloeid ten tijde van het afstandsleren? Inmiddels zijn we voorlopig alweer bezig met de laatste week volledig thuisonderwijs. Volgende week starten de scholen weer op met halve klassen die halve dagen of halve weken naar school gaan. We maken de balans op. 


De afgelopen periode zijn kinderen door de huidige maatregelen rondom de coronacrisis  uit hun dagelijkse structuur en routine gehaald en moesten ze zelf aan de slag met hun schoolwerk. Dit kan voor hoogbegaafde kinderen om meerdere redenen lastig zijn geweest. Een veel genoemde reden is dat het werk dat ze thuis moesten maken niet passend was of ánders dan ze gewend waren op school. Van diverse kinderen in het primair onderwijs hebben we gehoord dat het verrijkingswerk niet was opgenomen in de planning voor thuisonderwijs en dat soms meer herhaling en oefenstof gemaakt moest worden. Eindeloos herhalen is voor een hoogbegaafd kind vaak erg demotiverend. Daarbij komt dat zonder de sociale en controlerende omgeving van de groep en de leerkracht het zelfstandig uitvoeren van deze vaak net iets anders ingerichte taken tot frustraties leidde. Ook hebben kinderen vooral in het begin te weinig werk meegekregen of was het werk dusdanig makkelijk waardoor ze dit met weinig inzet konden maken. Wanneer hier niet adequaat op ingesprongen werd ontstond hierover discussie. Het werk werd als saai bevonden, wat soms ook echt wel klopte. Herhaling van de stof is soms echter wel nodig om te automatiseren, maar voor ouders is het moeilijk in te schatten of het gemopper over herhaling terecht is of niet. 


“Dat ik veel sneller mijn werk kan afmaken, omdat ik niet steeds op nieuwe uitleg hoef te wachten en op mijn eigen tempo kan werken. Helaas ben ik dan zo snel klaar dat ik bijna helemaal niks te doen heb op een dag.” (jongen, 12 jaar)


Daarentegen zijn er ook veel kinderen helemaal opgebloeid tijdens deze periode en bracht het kansen met zich mee. Er is voor veel hoogbegaafde kinderen ook juist ruimte gekomen om in het eigen tempo door de stof te gaan, doordat ze de hoeveelheid instructie zelf konden bepalen en er minder afleidingen thuis zijn dan in de klas. Er was meer ruimte om in de eigen interesses te duiken, waardoor de motivatie toenam. Ruimte voor rust in het hoofd en daarmee een meer ontspannen gevoel. Vooral wanneer het thuisonderwijs gepaard ging met opdrachten waarin het kind zijn of haar eigen creativiteit kon aanwenden werd de motivatie verhoogd.

“Ik vind het thuiswerken wel fijner omdat ik nu tenminste elke dag mijn werk af heb, terwijl ik op school vaak teveel wordt afgeleid. Dat vind ik vervelend” (jongen, 10 jaar).


Uiteraard was het voor ouders een uitdaging op zoek te gaan naar aanvullende materialen, activiteiten en opdrachten wanneer het schoolwerk niet aan de behoeften voldeed. Uitstapjes naar het museum of de dierentuin waren nu ook niet mogelijk, dus ging men vaak zelf op zoek naar extra uitdaging. Dit kon variëren van online educatieve escape rooms, typcursus, tweede of derde taal cursus, of gewoon lekker samen koken. Gelukkig werden steeds meer materialen beschikbaar gesteld en kreeg men veel tips en tricks van ‘lotgenoten’.

Vanaf 11 mei gaan de scholen weer gedeeltelijk open en wordt er weer een zeker mate van flexibiliteit van kind en ouder verwacht. Mijn advies is om te proberen zoveel mogelijk structuur te houden in de dag zodat het leven zoveel mogelijk ‘normaal’ blijft. Het helpt om vaste tijden aan te houden voor schoolwerk en deze weer enigszins aan te passen naar de komende veranderingen in de schooldagen. Vertrouw op jullie eigen aanpassingsvermogen.


(Geschreven door Nathalie van Kordelaar en Kiki Zanolie; gepost op 06-05-2020)

Blog: De angst voor het onbekende - corona - en het hoogbegaafde kind


Ieder kind is uniek en reageert anders op stressvolle situaties. De huidige coronacrisis is er een die we nog niet eerder hebben meegemaakt. Voor ons allen zijn het onzekere tijden, niet alleen voor de volwassenen in de maatschappij, maar juist ook voor kinderen. Hoe gaan hoogbegaafde kinderen om met de ‘intelligente lockdown’ en de angst voor het onbekende? We vroegen het een aantal hoogbegaafde kinderen en hun ouders.

Inmiddels krijgen de kinderen alweer zo’n vijf weken thuisonderwijs, blijven we massaal thuis en houden we anderhalf meter afstand van elkaar. De uitdaging om werk en thuisscholing te moeten combineren, het constant op elkaars lip moeten zitten, gepaard met onzekerheid over de gehele situatie kan leiden tot het ervaren van spanningen bij ouders. Veel hoogbegaafde kinderen kunnen subtiele signalen goed waarnemen en razendsnel verwerken (Grabner, Neubauer, & Stern, 2006;  Sousa, 2009). Zo lezen ze veel af aan de prikkelbaarheid bij gezinsleden, meer belangstelling voor het nieuws, onderwerpen die ouders willen bespreken maar niet in het bijzijn van de kinderen en geven daar hun eigen interpretatie aan.

De huidige coronacrisis kenmerkt zich door het grote onbekende. Niemand weet hoe lang de situatie zal duren of wat de gevolgen zullen zijn. Het onbekende is juist waar hoogbegaafde kinderen meer moeite mee hebben. Ze rapporteren meer angst voor het onbekende dan niet-hoogbegaafde kinderen (Harrison & Van Haneghan, 2011). Tevens kunnen hoogbegaafde kinderen mogelijk overmatig gaan piekeren doordat ze graag dingen willen begrijpen maar vanuit hun kind-positie zelden het gehele overzicht krijgen of kunnen bevatten. Het vermogen om meer opties en mogelijke scenario’s te kunnen bedenken, intens meevoelen (Estell et al., 2009) en ieder detail willen weten en opzoeken draagt hieraan bij.

Het vermogen om concepten op abstract en metacognitief niveau te overzien is niet een kéuze die het hoogbegaafde kind maakt. Dit is iets dat altijd al plaatsvindt, en dat feitelijk hun talent is. Maar nu ineens kan dit talent hun achilleshiel worden. Kinderen kunnen spanning ervaren omdat zij blijven piekeren over het coronavirus, zich intens inleven en weinig handelingsperspectief hebben waardoor ze zich machteloos kunnen voelen. 


"Ik vind het zo zielig voor alle mensen die helemaal alleen thuis moeten zitten en de mensen op de IC’s die weinig bezoek kunnen krijgen van de mensen waar ze van houden, terwijl ze zich zo ziek voelen en vechten voor hun leven " (meisje, 12 jaar).

"Ik zou zó graag willen helpen bij de voedselbanken, maar dat mag niet van mijn ouders"(meisje, 10 jaar).

 

De onrust en onzekerheid die ze hierdoor kunnen ervaren is moeilijk weg te nemen omdat ze niet hun sterke kant van rationaliseren kunnen inzetten als strategie. We weten nu eenmaal nog niet veel over het verloop van deze crisis en wat voor effecten dit gaat hebben. 

Omgaan met deze onzekerheden leidt tot verschillend gedrag. Het ene kind kan zich afzonderen en terugtrekken op zijn kamer en het andere kind kan overmatig (dezelfde) vragen blijven stellen. Het oneindig stellen van vragen kan voortkomen uit nieuwsgierigheid, maar ook uit de behoefte om controle te willen krijgen op de onzekere situatie. Daarnaast kunnen sommige kinderen ontkennen dat ze zich zorgen maken terwijl andere kinderen juist lijken te verdrinken in veel intense gevoelens. Hoe verschillend het gedrag ook is, het kan uiting zijn van eenzelfde onderliggende  gevoel van onzekerheid in de huidige coronacrisis. In alle gevallen is hetzelfde nodig; rust, duidelijkheid, liefde en begrip. 

Hoe kun je jouw kind helpen?

Hoe kun je omgaan met vragen omtrent corona vanuit je kind? Bedenk dat wat je kind wíl weten anders kan zijn dan wat het aankan om te horen. Bij gevoelige en intelligente kinderen kan het hart het hoofd soms gewoon niet volgen en het is verstandig te voorkomen een kind teveel informatie te geven waar het vervolgens niets mee kan. Handiger kan het zijn om je kind echt even te horen (welke emotie overheerst, open vragen te stellen als: ‘Waar maak je je het meest zorgen over?’ ‘Wat zou jou helpen denk je?’) en dan zo eerlijk mogelijk antwoord te geven zonder het ingewikkelder en abstracter te maken dan nodig. Informatie angstvallig achterhouden is ook onverstandig. Het kind kan dan eigen ideeën gaan vormen bij zijn vragen en die zijn vaak spannender en angstwekkender dan de werkelijkheid.

In plaats van het gevoel van spanning en onzekerheid weg te nemen is het wenselijker het kind hiermee te leren omgaan. Probeer te begrijpen hoe je kind denkt over de hele situatie rondom corona en probeer dit niet direct te sussen of vanuit je eigen denkkader te reguleren. Benoem dat het een kracht is van een kind om na te denken over de situatie rondom corona en de mogelijke gevolgen ervan, maar dat het wenselijk is om vooral te focussen op de positieve elementen die hieruit voortvloeien en eventueel oplossingen te bedenken die haalbaar zijn vanuit hun eigen situatie. Regelmatig een kaart sturen naar het verpleeghuis is haalbaar, maar oplossingen bedenken voor het indammen van het virus ligt bij virologen. Aansluiten bij de denkwijze en thema’s die het kind bezig houden is mogelijk effectiever. Probeer te kijken naar wat je kind nodig heeft om meer rust in zijn hoofd te vinden in deze lastige tijd en kijk wat jíj kunt doen om de opvoeder te zijn die het kind nodig heeft op dit moment. Hoe kun jij als opvoeder je eigen gedrag zo reguleren dat het helpend is voor je kind(eren)? Wees je ervan bewust dat je kind feilloos aanvoelt wanneer jij stress ervaart.

(Geschreven door Nathalie van Kordelaar en Kiki Zanolie; gepost op 16-04-2020)

Tijdelijk stilzetten BrightWave

Door de huidige situatie rondom het corona virus (COVID-19) en de sluiting van de scholen hebben we het BrightWave onderzoek dat op scholen plaatsvond tijdelijk stopgezet. Zodra de situatie weer veilig is zullen we het project weer opstarten. 

Mochten jullie een beetje afleiding zoeken neem dan eens een kijkje bij één van onze andere websites. Bijvoorbeeld op www.kijkinjebrein.nl kun je filmpjes en informatie vinden over allerlei onderwerpen, zoals vriendschap, risico gedrag, jongens en meisjes hersenen, in relatie tot de ontwikkeling van de hersenen. Mocht u als ouder op zoek zijn naar een lespakket over deze onderwerpen, kijk dan eens op www.breinkennisleiden.nl. Deze lespakketten zijn ontwikkeld voor basisschool en middelbare scholieren. Houdt deze website ook in de gaten voor nieuwe blogs.

Tot die tijd willen we iedereen heel veel gezondheid toewensen en hopen we iedereen snel weer te mogen begroeten. 

Namens het hele BrightWave team, tot snel! 

Blog: Kijkje in de spiegel 

Het zelfbeeld

Vanmorgen bij het opstaan heb je waarschijnlijk ook even in de spiegel gekeken. Hierbij gingen er vast meerdere gedachten door je hoofd. Deze gedachten kunnen gaan over hoe je eruit ziet, of je wel slim genoeg bent om de toets vandaag te halen, maar ook of je jezelf wel behulpzaam vindt naar je vrienden. Dit zijn gedachtes die gaan over hoe je jezelf ziet; je zelfbeeld. 

 

Je zelfbeeld wordt voor een groot deel gevormd door hoe je over jezelf nadenkt, maar ook door het kijken en luisteren naar andere mensen. De grootste invloed komt van mensen die belangrijk voor je zijn, zoals je ouders en vrienden. Wanneer je jong bent zijn het voornamelijk je ouders die een grote invloed hebben op je zelfbeeld. Als je ouders zeggen dat je iets heel goed hebt gedaan, dan ga ook jij denken dat je daar heel goed in bent. Daardoor heb je wanneer je jong bent vaak een heel positief zelfbeeld. 

 

Je zelfbeeld verandert wanneer je in de adolescentie komt. De adolescentie is een periode tussen kind zijn en volwassen zijn en begint wanneer je in de puberteit komt. Als klein kind hielp je vader of moeder je waarschijnlijk met aankleden en haren kammen. Nu je ouder wordt mogen ze dat nu misschien niet meer doen omdat je dit per se zelf wil doen, want anders ziet het er naar jouw mening niet uit. Tijdens de adolescentie ga steeds meer nadenken over deze dingen. 

 

Tijdens de adolescentie ontwikkelt en verandert je zelfbeeld. Je gaat met steeds meer mensen om, zoals vrienden en klasgenootjes. Zij beïnvloeden je zelfbeeld, doordat je jezelf gaat vergelijken met hen. Je vindt het ook belangrijk wat anderen over je denken. Helaas is niet iedereen altijd zo positief over je als bijvoorbeeld je ouders zijn. Zij zijn vaak je grootste fan. Dat is een van de redenen waarom je zelfbeeld rond je 15e jaar negatiever is dan toen je kind was. Maar vaak wordt je zelfbeeld dan wel realistischer (Harter et al., 2006).

 

Hoe zit het met zelfbeeld en de hersenen? Verschillende gebieden in de hersenen zijn actief wanneer je over jezelf en anderen nadenkt. Als je over jezelf nadenkt is een gebied aan de binnenkant van je voorste gedeelte van de hersenen actief (Van der Cruijsen et al., 2018). Als je over een ander nadenkt maakt het zelfs uit of je diegene goed kent of niet. Als je diegene goed kent is een lager gebied in de voorste gedeelte van je hersenen actief, terwijl dit juist een hoger gebied is als je iemand niet goed kent. Een tweede gebied dat actief wordt als je over jezelf nadenkt zit aan de buitenkant van je hersenen aan de zijkant. Met een moeilijk woord noemen we dit het temporale pariëtale knooppunt. 

 

Volgens sommige onderzoekers hebben hoogbegaafde jongeren meer moeite om een positief zelfbeeld te vormen (b.v. Betts, 1986). Het lastige is alleen dat hier weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan is, of dat de resultaten van verschillende onderzoekers elkaar tegenspreken Er is wel veel onderzoek gedaan bij hoogbegaafde kinderen en adolescenten naar de relatie tussen leerprestaties of versnellen en hun zelfbeeld (b.v. Subotnik et al., 2011). Versnellen lijkt in de meeste gevallen positief uit te pakken, vooral op sociaal gebied (Hoogeveen et al., 2012). Om een positief zelfbeeld te ontwikkelen is het belangrijk om positieve relaties met leeftijdsgenootjes te hebben (Diehl et al., 2011). 

 

Dat er zoveel verschillen gevonden worden in onderzoeken onder hoogbegaafde kinderen en adolescenten laat zien dat er niet zoiets bestaan als ‘de hoogbegaafde’. We zijn allemaal uniek!

 

(Geschreven door Manon Vleeming en Kiki Zanolie; gepost op 11-03-2020)

 

Voor meer informatie over zelfbeeld en de ontwikkeling in de hersenen kijk op www.kijkinjebrein.nl 

De hersengebieden die actief zijn als je over jezelf nadenkt, het frontale hersengebied en het temporale pariëtale knooppunt.
(Bron: www.kijkinjebrein.nl)

Het frontale hersengebied dat actief is als je over iemand nadenkt die je goed kent.
(Bron: www.kijkinjebrein.nl)


Het frontale hersengebied dat actief is als je over iemand nadenkt die je niet goed kent.
(Bron: www.kijkinjebrein.nl)


Blog: Vrienden zijn belangrijk!


Het is heel leuk om vrienden te hebben. Je kunt samen spelen en leuke dingen doen, zoals samen filmpjes op YouTube kijken, muziek luisteren of buiten spelen. Wanneer je in de adolescentie komt worden vrienden steeds belangrijker. Het is niet alleen leuk om vrienden te hebben, je leert ook dingen van elkaar en vrienden beschermen je.

De adolescentie begint wanneer je in de puberteit komt. Je lichaam verandert door hormonen en je wordt steeds zelfstandiger. Je ouders zijn er heel erg aan gewend om je veel te helpen. Maar jij wilt steeds minder vaak geholpen worden door je ouders. Dat komt omdat je langzaamaan volwassen aan het worden bent. Je gaat ook steeds meer nieuwe dingen ontdekken. En wat is nou leuker om dat te doen met vrienden? 

Door om te gaan met vrienden kan je veel dingen leren. Ten eerste leer je hóe je met elkaar om moet gaan. Ten tweede leer je veel over jezelf als je met vrienden om gaat en krijg je meer zelfvertrouwen. Deze dingen zijn erg belangrijk voor je eigen ontwikkeling en helpen je om goed met andere mensen om te gaan. Het helpt je ook om nieuwe vrienden te maken, wat spannend kan zijn. Als je bijvoorbeeld in een nieuwe klas komt en je kent nog helemaal niemand kan het spannend zijn om op anderen af te stappen. Sommige kinderen vinden dit spannender dan andere.

Vriendschappen zien er in elke fase van je ontwikkeling anders uit. Als 13-jarige heb je andere verwachtingen van vriendschap dan een 6-jarige. Dat heeft te maken met wat we ‘sociale ontwikkeling’ noemen. Als je jong bent is een vriend al gauw iemand waar je mee speelt, en als je de volgende dag met iemand anders speelt is dat je vriend. Hoe ouder je wordt hoe meer waarde je aan vriendschap gaat hechten en hoe belangrijker het wordt om je begrepen te voelen in de vriendschap.

Tot nu toe werd vaak gedacht dat hoogbegaafde kinderen sociaal achter lopen ten opzichte van hun leeftijdsgenootjes. Maar er zijn steeds meer onderzoeken die laten zien dat hoogbegaafd kinderen in hun sociale ontwikkeling juist vooruit lopen op hun leeftijdsgenootjes (Masden et al., 2015). Dat maakt het soms wel lastiger in de klas. Stel je maar eens voor dat een 5-jarige aan een vriendinnetje vraagt om tijdens de pauze samen te spelen. Het vriendinnetje vindt dat goed, maar vergeet dat in de pauze en gaat met iemand anders spelen. Het 5-jarige meisje zal daar heel verdrietig om zijn en vraagt zich af of ze nog wel vriendinnen zijn. Ze hadden toch een afspraak gemaakt? Waarom houdt ze zich daar niet aan? 

Iedereen heeft behoefte aan vriendschap. Als dat niet met leeftijdsgenootjes lukt zien we vaak dat hoogbegaafde jongeren vriendschap vinden bij oudere jongeren of andere hoogbegaafde jongeren. Het is altijd fijn om iemand te vinden die dezelfde dingen leuk vindt die jij leuk vindt. 
 
Maar hoe komt het dat het goed voelt om met vrienden om te gaan? Als je met je vrienden omgaat is het striatum actief, dit is een hersengebied dat gevoelig is voor beloningen (Braams et al., 2014). Het geeft dus een fijn gevoel om met je vrienden om te gaan! Ook andere gebieden worden actief, bijvoorbeeld als je je probeert te verplaatsen in wat een ander denkt of voelt, of als je een vriend helpt. Onderzoekers noemen deze hersengebieden het ‘sociale brein’ (Blakemore et al., 2008). Jongeren die veel met vrienden omgaan zijn ook beter beschermd tegen vervelende sociale ervaringen, bijvoorbeeld als je niet mee mag spelen op het speelplein. 

Omdat je sociale vaardigheden en je hersenen nog volop in de groei zijn tijdens de adolescentie is het belangrijk om veel met vrienden om te gaan. Vriendschappen in de adolescentie helpen je namelijk om een goede basis te leggen voor nieuwe relaties. Vriendschappen beschermen je ook tegen vervelende ervaringen en helpen je om je fijn te voelen. Vrienden zijn dus belangrijk!

(geschreven door Quinten Post en Kiki Zanolie; gepost op 10-03-2020)

Voor meer informatie over vriendschappen en de ontwikkeling van de hersenen kijk op www.kijkinjebrein.nl 


Nieuws

Podcast over puberteit

Uitgerekend in de puberteit krijgen jongeren vaak te maken met emotionele problemen zoals depressies en agressiviteit. Heeft dat te maken met de snelle ontwikkeling van de hersenen? Marieke Bos vertelt erover in een podcast Enkeltje Wetenschap, ter ere van 444 jaar Universiteit Leiden

https://soundcloud.com/user-571612062/enkeltje-wetenschap-afl-8-onbalans-in-het-puberbrein

Eerste meting is begonnen!

Momenteel zijn we bezig met de eerste meting van het onderzoek die zal lopen tot maart 2020. Susanne Asscheman, post-doc op het BrightWave project, bezoekt met zes studenten van de Universiteit Leiden zo’n 19 scholen waarbij 600 jongeren meedoen. Tijdens deze meting zullen deelnemers experimentele taken maken en zullen we speeksel verzamelen, gegevens over persoonlijkheid, zelfbeeld, sociale relaties in de klas, vermogen tot fluïde redeneren, en veel meer. Blijf ons volgen voor meer informatie en de eerste uitkomsten van het onderzoek.

Gadgets en speekselbuisjes

De voorbereidingen voor het maken van de gadgets zijn in volle gang. Ook worden alle informatiebrieven, speekselbuisjes, vragenlijsten en computertaken klaargezet, die de deelnemers voor het BrightWave onderzoek zullen lezen, vol spugen, maken en doen.

Eerste Schoolbezoek staat gepland

Op 21 november 2019 vindt de eerste meting bij de eerste school in Naarden plaats. Susanne gaat op pad met een team studenten en een hele berg laptops om de eerste meting mogelijk te maken. Het spits wordt dan afgebeten. We houden jullie op de hoogte.